|
Op 17 mei 1940, om 17u30, worden de drie patrouilleurs « A4 – A5 – A6 » naar Duinkerken gestuurd voor demagnetisatie. Ze worden tijdens de overtocht ge-escorteerd door de stoomboten « Turquoise » en « Améthyste ». De schepen bevinden zich in de haven van Duinkerken op het ogenblik dat de Luftwaffe de stad zwaar bombardeert. Talrijke haveninstallaties worden getroffen en er breken branden uit in de stad. Toch blijft de haven toegankelijk, zij het met enig risico.
Op 19 mei 1940, rond 18u, zijn de drie patrouilleurs terug te Oostende. Luitenant van de Marine Van Vaerenbergh wordt op de staf van het Marinekorps geroepen waar hij het verbaal bevel krijgt van Majoor Decarpentrie, commandant van het Marinekorps, die eveneens de functie van militaire bevelhebber van de haven van Oostende uitoefent. Hij moet aan boord van de patrouilleur « A4 » een lading koffers van de Nationale Bank van België (NBB) inschepen en wegbrengen uit Oostende. Deze bevatten niet uitgegeven bankbiljetten, matrijzen voor het drukken van biljetten en al hetgeen overblijft aan waarden, het geheel voor een bedrag van vijfhonderd miljoen Belgische frank uit die tijd. De lading bevond zich op de Oosteroever van de haven van Oostende. Gezien de tijden van hoog water en de afwezigheid van hefwerktuigen moesten alle maatregelen voor de inscheping zo snel mogelijk uitgeoverd worden.
Zodra de inscheping uitgevoerd, moest de patrouilleur « A4 » opstomen naar Dieppe of elke andere Franse haven die hem zou worden aangeduid door de reserve-luitenant van de artillerie Hubert Ansiaux, Inspecteur bij de Nationale Bank, en die de opdracht had deze fondsen te vergezellen tot ze in veiligheid waren gebracht. Om de opdracht van luitenant Ansiaux te vergemakkelijken diende luitenant van de Marine René Jadot in te schepen aan boord van de « A4 ».
De loodsboot n° 16 (waarvan loods Nierynck de baas was) was een eenheid van de Staatsmarine die alle archieven van de Loodsdienst en een zeker aantal vluchtelingen aan boord had, zou samen met de « A4 » varen.
Onmiddellijk begint Meester 2de klas Gombert Léon, onderofficier dek op de « A4 » en die luitenant Van Vaerenbergh naar de Staf van het Marinekorps was gevolgd, met de inscheping.
Ondertussen begeeft luitenant Van Vaerenbergh zich naar het hoofd van de Maritieme Missie van de Franse Marine (Fregatkapitein de Maupéou d’Ablèse), aanwezig te Oostende, om van hem de te volgen route te bekomen. Hij verneemt er dat deze laatste de Britse en Franse admiraliteiten zou inlichten over de eventuele passage van de patrouilleur van de Belgische Militaire Marine « A4 », in de Britsen territoriale wateren, in de ochtend van 20 mei 1940. Er wordt gevaren via de Engelse wateren want de Franse Missie raadt af in hun wateren te komen omwille van de vele magnetische mijnen en de drukte op de gebruikelijke routes naar de Franse havens en naar Duinkerken in het bijzonder.
Om 20u55 is de inscheping gedaan en schepen de luitenanten Jadot en Ansiaux in. De « A4 » verlaat de kaai, op de voet gevolgd door de loodsboot n° 16. Ter hoogte van Nieuwpoort kan men het hevige bombardement van de haven van Duinkerken waarnemen.
Op 20 mei 1940 gaat het schip om 4u30 ten anker op twee mijl ten zuidwesten van het lichtschip « North Good Winds », in de monding van de Theems. Na eerst nog te hebben geankerd op de rede van Deal, volgens de instructies van de Engelse autoriteiten, krijgt luitenant Van Vaerenbergh om 6 uur het bezoek van een officier van de Admiraliteit, aan wie hij het doel van zijn reis vertelt. De officier van de Royal Navy had hierover geen enkele instructie gekregen en nam inlichtingen bij zijn staf. Deze zouden zo snel mogelijk volgen.
Rond 20u30 krijgt de « A4 » per semafoor het bevel op te stomen naar Folkestone. Het schip komt er op de rede, dezelfde dag nog, rond 22u55.
Op 21 mei 1940 wordt op 09u25 het bevel gegeven af te varen naar Dartmouth vermits de Franse havens van het Kanaal gesloten zijn.
Het schip verlaat de rede van Folkestone om 17u50. De loodsboot n° 16, die ondertussen de vluchtelingen had ontscheept, wordt ook naar Dartmouth gestuurd en moet samenvaren met de « A4 ».
Het schip gooit het anker op 22 mei 1940 om 18u25 op de binnenrede van Dartmouth. Kort na de aankomst komt een officier van de admiraliteit aan boord om luitenant Van Vaerenbergh naar Captain Cunliffe te brengen; deze is commandant van het Naval College en van de haven en wordt ingelicht over de opdracht.
Immers alle schepen komende van het vasteland en die zich in de Engelse wateren van de Zuidkust bevonden werden altijd naar Dartmouth gestuurd.
Luitenant Ansiaux meldt dat de lading eventueel in Engeland mag worden ontscheept en vraagt aan de havencommandant zich telefonisch in verbinding te stellen met de Belgische ambassade te Londen om de aanwezigheid van een Belgisch militair schip te melden. De verbinding komt er rond 21 uur. Omdat er geen personaliteit aanwezig is op de ambassade op dat ogenblik wordt luitenant Van Vaerenbergh gevraagd terug te bellen de volgende morgen om 9 uur.
Op 23 mei rond 09u30 slaagt luitenant Van Vaerenbergh er in te praten met de secretaris van de ambassade om hem zijn situatie uit te leggen. Deze belooft de nodige instructies via hetzelfde kanaal.
Rond 11 uur meldt de havencommandant dat de « A4 », volgens de instructies ontvangen van de Belgische ambassade, naar Plymouth moet varen waar de nodige maatregelen zouden getroffen worden voor de ontvangst van de lading. Het vertrek uit Dartmouth gebeurt nog dezelfde dag om 14ul5.
Om 19u40 wordt aangelegd te Plymouth. Meteen neemt luitenant Ansiaux contact met de Bank van Engeland om deze in te lichten over de aard van de lading.
Dit heeft tot gevolg dat de kisten worden ontscheept en per vrachtwagen worden vervoerd naar Londen, naar de Engelse Bank, waar ze voor de rest van de oorlog zullen blijven, uitgezonderd een deel van de inhoud dat diende om de Weerstand te bevoorraden. Er zaten immers veel reeds gebruikte biljetten bij, afkomstig van de agentschappen van de NBB bij hun sluiting. Deze biljetten werden naar België teruggestuurd omdat het voor de Duitsers alzo niet mogelijk was ze te onderscheiden van de biljetten die in omloop waren gebleven tijdens de bezetting van het land.
De patrouilleur « A4 » krijgt op 27 mei 1940 bevel naar Dartmouth te varen om er het Marinekorps te vervoegen.
Het Besluit van de Prins Regent n° 5285 van 18 augustus 1948 kent aan luitenant van de Marine Van Vaerenbergh het kruis van Ridder in de Orde van Leopold II toe met de vermelding :
« Heeft op 19 mei 1940 een belangrijke lading goud van de Nationale Bank in veiligheid gebracht.
Heeft aan zijn bemanning een mooi voorbeeld getoond van volharding en plichtsgevoel door, ondanks het advies van de dokters, verder het bevel over zijn schip te hebben gevoerd, alhoewel lijdend aan pijnlijke verwondingen opgelopen op 15 mei te Oostende, tijdens een bombardement. »
|