|
Commandant Van Vaerenbergh brengt zijn loopbaan door in de Marine; eerst bij de koopvaardij, later bij de Staatsmarine waar hij het brengt tot Commandant Directeur van de mailboten Oostende-Dover.
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is hij luitenant op de mailboten Oostende-Dover. Omdat hij was goedgekeurd om zijn dienstplicht te vervullen als kandidaat reserveofficier, wordt hij gemobiliseerd vanaf september 1939 en toegewezen aan het Marinekorps met de graad van Onderluitenant bij het escadrille kustdefensie van Oostende.
Van 15 september 1939 tot 12 mei 1940 neemt hij, dag na dag, deel aan de patrouilles voor het opsporen en vernietigen van afdrijvende mijnen in onze territoirale wateren om alzo het maritiem verkeer toe te laten veilig zijn bestemming te bereiken. Hij wordt twee keer vermeld op de dagorder van de Maritieme Basis.
Vermelding van 17 april 1940 :
« Een mijn was afgedreven in het kanaal van Nieuwpoort en dreigde, omdat ze voortdurend tegen de dijk sloeg, een ramp te veroorzaken. Heeft zich alleen naar het tuig begeven in een licht vaartuig en is er in geslaagd, onder zeer moeilijke omstandigheden en alle gevaar negerend, na een uur inspanning, de mijn vast te maken en ze met de hulp van Commandant Vanstrydonck te verslepen naar de oever. Kreeg reeds een eerste vermelding op de dagorder van 26 januari 1940. »
Wanneer op 10 mei 1940 de Duitse legers België binnenvallen is hij bevelhebber van de patrouilleur « A4 » en wanneer de evacuatie van de Belgische kust wordt bevolen ontvangt hij aan boord de luitenant Ansiaux die de laatste waarden van de Nationale Bank van België begeleidt en brengt deze, met zijn waardevolle lading, naar Groot-Britannië.
Als commandant van de « A4 », neemt hij deel aan alle opdrachten die aan zijn escadrille worden gevraagd door de commandanten van het Frans zeefront en dit tot aan de capitulatie van Frankrijk op 26 juni 1940.
Gevlucht naar een Spaanse haven van Coruña, wordt hij samen met enige andere zeelui belast met de bewaking van de Belgische oorlogsschepen die door de Spaanse autoriteiten aan de ketting werden gelegd. Daarom kan hij slechts in 1946 met hetgeen overbleef van het escadrille naar België terugkeren.
Met het Besluit van de Regent van 19 augustus 1948, wordt Commandant Van Vaerenbergh Ridder in de Orde van Leopold II als erkenning van zijn mooi voorbeeld van moed en volharding gegeven aan zijn bemanning bij de uitvoering van de gevaarlijke opdrachten ondanks de verwondingen opgelopen tijdens een luchtbombardement.
Commandant Van Vaerenbergh was gehuwd en vader van twee kinderen, een zoon en een dochter.
|