|
Op 4 augustus 1914 telt de Belgische koopvaardijvloot 132 schepen van meer dan 100 ton waaronder 9 zeilschepen. Ze zijn eigendom van een twintigtal reders. Deze schepen zijn doorgaans niet uitgerust met draadloze telegrafie. Op het ogenblik dat de Duitse troepen Belgie binnenvallen, zijn ze over de ganse wereld verspreid. Bij het naderen van de vijand verplaatsen de reders hun maatschappelijke zetels naar Engeland. op 5 oktober wordt dan met staatsgarantie een onderlinge verzekering afgesloten die de oorlogsrisico’s dekt. Er wordt steeds meer beroep gedaan op transport over zee. De industrie produceert immers op grote schaal voor de legers aan het front.
Op 4 februari 1915 verklaren de Duitsers elk handelsschip dat zich in de Britse wateren waagt tot oorlogsdoel, ongeacht de vlag waaronder het vaart. Het aantal gezonken schepen is zo hoog (40% gaat verloren) dat ze slechts gedeeltelijk kunnen worden vervangen door nieuwbouw. Die verliezen leiden logischerwijs tot een duizelingwekkende prijsverhoging van het zeetransport. Daarom eist de Belgische regering in juni 1915 tegen een overeengekomen prijs twintig procent van de vloot op om daarmee leger en burgerbevoiking van voedsel te voorzien.
Op 1 februari 1916 wordt de Commission for Relief, het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, opgericht om levensmiddelen aan te kopen en te verzenden naar de bevolking van de bezette landen. Voor Belgic is dit van levensbelang. Het is vooral in deze context dat de Belgische regering de koopvaardijvloot opeist en er de schepen van de nieuwe Lloyd Royal Belge aan toevoegt. Voor deze humanitaire operatie worden prijsafspraken gemaakt: varen tegen kostprijs. Ondanks de bescherming van Duitse vrijgeleides worden zeifs deze schepen soms nog gekelderd. De Belgische schepen transporteren anderhalf miljoen ton aan levensmiddelen. Dat is ongeveer een derde van het totaal dat de Commission for Relief naar de bezette gebieden stuurde.
Vanaf begin 1917 voeren de Duitsers hun totale oorlog met de onderzeeboten sterk op en dat veroorzaakt de intrede in de oorlog van de Verenigde Staten. De inzet van de Amerikaanse koopvaardijvloot en de invoening in mei 1917 van de konvooivaart doen de balans naar geallieerde kant overslaan. De transportschepen varen dan in groep, beschermd door oorlogsbodems. Dat systeem, samen met de nieuwgebouwde schepen die nu bijna dagelijks van de Europese en Noord-Amenikaanse werven lopen, doen de statistieken een andere richting uitgaan.
De oorlog eindigt op 11 november 1918. Het aantal doden dat gevallen is op schepen die onder Belgische vlag vaarden, bedraagt dan 284 officieren en matrozen. Daar moeten we de 160 Belgische zeevaarders aan toevoegen die de dood vonden of vermist worden onder de vlag van een geallieerd land…
Er waren nog twaalf zeilboten in 1914. Daarvan blijven er in 1918 maar vier over en twee daarvan zijn dan nog opleidingsschepen. De gekelderde schepen worden vervangen door meer moderne vaartuigen waaronder 53 Duitse die aan Belgié worden toegewezen in het kader van de herstelbetalingen.
|