|
Het Detachement, daarna het Korps van Torpedisten en Zeelui
(1919-1927)
(Duitse bouw van 1916 ; tussen haakjes de Duitse nummers)
A 21 (Ex A 30)
Karakteristieken : 250 ton, stalen romp (48 x 5,35 x 3m), stoomvoortstuwing (turbine van 2 500 CV), snelheid 33 knopen (max.), 2 kanonnen van 88 mm, 3 mitrailleuses, 1 torpedolanceerbuis. Bemanning van 34 man.
Zelfde karakteristieken voor de A 22 tot A 26.
In dienst in 1919.
A 22 of 40 (Ex A 40)
In dienst van 1919 tot 1927.
A 23 of 42 (Ex A 42)
In dienst van 1919 tot 1927.
A 24 of 43 (Ex A 43)
In dienst van 1919 tot 1927 ; Wielingen gedoopt na 1927.
A 25 of 47 (Ex A 47)
In dienst van 1919 tot 1927 ; Caporal Trésignies gedoopt in 1926.
A 26 (Ex A 49)
In dienst van 1919 tot 1923.
(Duitse bouw van 1915 ; tussen haakjes de Duitse nummers)
A 1 of 14 Prince Léopold (Ex A 14)
Karakteristieken : 150 ton, stalen romp (40 x 4,10 x 2,5), stoomvoortstuwing, snelheid van 24 knopen, 1 kanon van 50 mm ; 2 mitrailleuses. Bemanning van 34 man. In dienst van 1919 tot 1927.
Zelfde karakteristieken voor de A 2 tot A 19.
A 2 of 12 Prince Charles ( Ex A 12) A 7 of 11(Ex A 11)
In dienst van 1919 tot 1927. In dienst van 1919 tot 1923.
A 3 of 4 Princesse Marie-José (Ex A 4) A 8 of 16 (Ex A 16)
In dienst van 1919 tot 1927. In dienst in 1919.
A 4 of 5 (Ex A 5) A 9 of 20 (Ex A 20)
In dienst in 1919. In dienst van 1919 tot 1923.
A 5 of 8 (Ex A 8) A 15 (Ex ?)
In dienst van 1919 tot 1927. In dienst van 1919 tot 1923.
A 6 of 9 (Ex A 9) A 19 (Ex ?)
In dienst van 1919 tot 1923. In dienst in 1919.
Zeevedettes : patrouilleurs, mijnenleggers en -vegers
Karakteristieken : snelheid van 12 knopen.1 kanon of 1 mitrailleuse.
Bemanning van 12 man. In dienst tussen 1919 en 1927.
V 1 (ex F 16), V 2 (ex F 18), V 3 (ex F 19), V 4 (ex F 29), V 5 (ex F 30), V 6 (ex F 33), V 7 (ex F 35), V 8 (ex F 36), V 9 (ex F 40), V 10 (ex F 48), V 11 (ex F 56), V 12 (ex F 57), V 13 , V 14, V 15, V 16, V 17, V 41, V 48 en V 98.
Totaal 20 vedettes, ja zelfs 28 of 29, in 1919.
De vedettes V 1, V 4 en V 8 worden gebruikt bij de Rijnflottielje tot in 1923.
Snelle riviervedettes
V 25 en V 25 B – Karakteristieken ( ?).
Hulpschepen – Slepers : in dienst van 1919 tot 1923, bij de Rijnflottielje.
Wilma.
Fredericks.
Kätchen.
Andere vedettes en verscheidene : 32 in 1919
Mijnenleggers en kanonneerboten van Belgische oorsprong
Torpille.
Nieuport.
Police de la rade III.
Argus.
De laatste twee genoemde schepen worden aangewezen voor de Rijnflottielje (Cfr supra, reservekanonneerboten : 1901-1914).
Visserijwacht
Ville d’Anvers
Cfr supra . In dienst tussen 1882 en 1927.
Ville d’Ostende
Cfr supra. In dienst tussen 1882 en 1920.
Zinnia
Vroegere Engelse escorteur-mijnenveger (1915).
Karakteristieken : 1200 ton, stalen romp (81 x 10,1 x 3,6 m), stoomvoortstuwing, snelheid van 17 knopen, 4 dubbele kanonnen van 20 en 4 van 12. Bemanning van 77 man. In dienst bij het Korps van torpedisten en zeelui van 1920 tot 1927, en later opnieuw in dienst gesteld.
Kruiser
d’Entrecasteaux
Vroegere Franse kruiser, geleend door Frankrijk, ontwapend en gebruikt als marinebasis te Brugge, als stilliggend schip voor het logement van de zeelui en voor een deel van hun vorming.
Karakteristieken : 800 ton, stalen romp (117 x 17,9 x 7,5 m). Aan boord gelogeerde bemanningen : ongeveer 250 man. In dienst van 1923 tot 1927.
Aantal schepen in dienst : Detachement torpedisten en zeelui,
daarna Korps van torpedisten en zeelui (van november 1919 tot maart 1927)
|
Schepen
|
1919 |
1920 |
1921 |
1922 |
1923 |
1924 |
1925 |
1926 |
1927 |
|
Torpilleurs, waarvan
van 250 ton
van 150 ton |
17
6
11 |
14
5
9 |
14
5
9 |
14
5
9 |
13
5
8 |
8
4
4 |
8 4 4 |
8 4 4 |
8 4 4 |
|
Zee- en rivier
vedettes
Hulpschepen
en slepers |
22
11 |
12
3 |
12
3 |
12
3 |
12
3 |
4 |
4 |
4 |
4 |
|
Andere vedettes
en verscheidene |
32 |
11 |
8 |
4 |
4 |
|
|
|
|
|
Visserijwacht |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
|
Kruiser |
|
|
|
|
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
Totaal |
84 |
42 |
39 |
35 |
35 |
15 |
15 |
15 |
15 |
|